het para-instituut voor KUNST en precariteit
(pKp) vormt een gezamenlijke kunstpraktijk met wisselende bezetting. het pKp creëert ruimte van waaruit het zich telkens opnieuw verhoudt tot bestaande culturele plaatsen. het doet dit door het innemen van para posities: posities naast, binnen, tijdens of in tegenstelling tot bestaande praktijken en instanties. circulerende dynamieken worden daarbij zowel onderzocht, versterkt of gecounterd. binnen deze wijze van interveniëren neemt het begrip kwetsbaarheid en onzekerheid een belangrijke plaats in. welke verhoudingen worden aangegaan met de eigen precariteit en die van anderen? kan het op andere wijze betekenis geven aan precariteit een verzet tegen de heersende orde inleiden? het zijn vragen die het pKp oproept waarbij de conditie van wederzijdse afhankelijkheid, als tegengesteld aan de ideologie van onze laat kapitalistische wereld, richtinggevend is. 




                                                                 














pKp in kunst en zwalm 




voor kunst en zwalm bestaat het pKp naast stijn van dorpe uit elien ronse, nancy vansieleghem, does vandousselaere, marthe marynissen, bas schevers, emma boeyaert, joan somers donnelly, floor van hoof, mona schietekat, luth lea roose, elena vloeberghen, sarah késenne, georgia kokot, de vele mensen (publieken) met wie samengewerkt werd. luca school of arts is partner in dit project.





foto tomas uyttendaele


 


tijdens de duur van de kunstroute “kunst en zwalm” sloeg het pKp haar tenten op aan de rand van het gehucht korsele. zoals vroeger precairen buiten de stadsmuren verbleven, zo vormde het kamp het laboratorium, de ontmoetingsplaats en de uitvalsbasis voor haar interventies. vanuit het pKp werden zowel de kunstroute en aspecten van deelnemende kunstwerken evenals bepaalde kenmerken van de plaats waar neergestreken werd als uitgangspunt genomen om in interactie te treden met nauwkeurig gekozen 'publieken'. 'publieken' werden daarbij niet beschouwd als doelgroepen maar als omgevingen van mensen met zeggingschap waar bepaalde kennis, ideeën, overtuigingen .... leven en/of gedeeld worden. deze gedeelde plaatsen werden mee het terrein van onderzoek en voor ieder 'publiek' werd op zoek gegaan naar andere interactievormen. publieken waren o.a. mensen met ervaringen over verlies van eigendom, een groep koeien en hun boer, de ouders van betrokken kunstenaars… 

 

centraal in het laboratorium bevond zich een groot textielwerk van aan elkaar genaaide stukken stof opgehaald bij en geschonken door de bewoners van korsele. dit symbolische bonte lapjeskleed deed dienst om nieuwe georkestreerde ontmoetingen tussen bewoners en anderen te laten plaatsvinden. het kamp was tijdens de kunstroute te bezoeken en op geregelde tijdstippen vonden acties, performances, publieke gesprekken ... plaats. het pKp dankt haar buren, de vele mensen van korsele, bereidwillige ouders van kunstenaars en anderen voor hun  medewerking en/of hulp bij het tot stand komen van het project.

























het ontvouwen van een textielwerk gemaakt door elena bestaande uit stoffen gekregen van mensen wonende in korsele en nabijgelegen huizen. de stoffen allerhande werden verzameld door stijn, elien en anderen tijdens de weken voorafgaand aan kunst en zwalm. het was een manier om gesprekken aan te gaan in de buurt en kennis te maken met de bewoners van korsele.








filmstills elien ronse




(ver)maak u. tijdens een performancediner vroeg marthe om samen te koken en van het klassieke recept af te wijken.










filmstills elien ronse














foto's tomas uyttendaele




receptie voor en ontmoeting met ouders van kunstenaars kunst en zwalm (2021). met een installatief verslag van vooraf afgelegde bezoeken aan deze ouders. bezoeken die tevens de basis vormden voor nieuwe (ditmaal publieke) gesprekken (elien & stijn). https://elienronse.be/work/pkp.html





















foto's tomas uyttendaele





gedurende het pKp verblijf in kunst en zwalm vertrouwde does je iemands angst toe https://doesdoesbe.wordpress.com/2021/09/22/ik-vertrouw-je-iemands-angst-toe/







foto's does vandousselaere













 






foto elien ronse




naar aanleiding van de protestacties tegen de verkoop van het patrimonium aan publieke landbouwgronden door het OCMW stad Gent (zie ook de zaak tegen fernand huts), ging sarah in gesprek met lokale actoren over publieke gronden in horebeke en de nood aan democratische reflectie over collectief gedeelde ruimte. maarten crivits van de hongerige stad, simon clement van de actie rond het blauwhuis, groen gemeenteraadslid horebeke filip hebbrecht en landbouwer dirk remue en voorzitter van de kerkraad zwalm nemen deel aan het gesprek waarbij het concrete weiland van het pKp tentenkamp in korsele als vertrekpunt genomen wordt. 

publieke landbouwgronden zijn in feite eeuwenoude schenkingen en erfenissen bestemd voor de armenzorg. vandaag komen ze centraal te staan in discussies over stijgende grondprijzen, pachtwet en privaat grootgrondbezit, maar ze hebben ook potentieel als beleidsinstrument voor burgerparticipatie en sociale en duurzame voedselproductie.





filmstill elien ronse






tijdens enkele workshops ontwikkelden 5 schrijvers waaronder de bewoners van korsele wilfred de jonge en liesbeth lutjeharms en de extern genodigden malek al abdulmajd, zehra eviz en alexia van craeynest vanuit hun eigen expertise met eigendom en/of het verlies ervan een fictief personage. binnen een nabijgelegen tuin die brachten ze deze personages als een script voor korsele naar voor. de act binnen deze tuin fungeerde tegelijk als filmset (stijn).










filmstills mattijs driessen





tijdens de eerste twee weekenden zong Joan voor de koeien en ook voor de bizons. ze dacht na over onze relatie met boerderijdieren en probeerde zich voor te stellen wat voor kunst of cultuur deze zouden kunnen genieten indien ze hun eigen kunst & zwalm hadden. ze zong vooral ierse volksliedjes omdat ze daar vandaan komt en die liedjes kent. het laatste weekend organiseerde ze een klein koormoment en nodigde ze iedereen uit om een lied te leren en dat samen voor de koeien te zingen.





voorbereidingen koor




koorperformance voor de koeien


 foto's elien ronse






de bijbel spreekt voor zich en tot iedereen. het ‘volk leren lezen’ was daarom een belangrijke bekommernis van de protestantse schoolmeester en schrijver abraham hans. in de 18e eeuw gaf hij les in het protestants schooltje in korsele en schreef tal van kinderverhalen/leesboekjes - de ‘hansjes’.

wat is een protest-schooltje vandaag en wat betekent ‘het volk leren lezen’? de kerkraad en kunstenaars die deelnemen aan Kunst in zwalm lezen luidop ‘protest’ voor op de weide van pKp, on stage (nancy, mona en floor)






ontwerp Mona Schietekat en floor van hoof (foto)

















filmstills mattijs driessen









Teksten in de nasleep van pKp Kunst en Zwalm







Beste pKp’ers


Met dit schrijven wil ik jullie graag deelachtig maken van enkele gedachten die bij mij opkwamen voor, tijdens en na het verblijf van pKp in Kunst en Zwalm. Het zijn bedenkingen die stilstaan bij de wijze waarop het pKp over de lippen ging/gaat en benoemd werd/wordt. Het is een aspect waar ik op voorhand weinig over nadacht maar dat tijdens de voortgang van ons project geleidelijk aan meer aandacht vroeg. Omdat het pKp een gezamenlijke werking kent die binnen verschillende contexten andere samenstellingen heeft, kennen vragen rond het geven van credits (en eventueel auteurschap) geen makkelijk of eenduidig antwoord. Ik deel deze notities maar ben tegelijk benieuwd naar hoe jullie deze tekst lezen? Hoe hebben jullie de circulatie van het pKp en je eigen interventies daarbinnen ervaren? Zie dit als een uitnodiging in de vorm van een open redigeerbaar document waarin suggesties en opmerkingen welkom zijn.


Het pKp is een door mezelf in het leven geroepen en geconstrueerd geheel of kader. Wanneer daarbinnen handelingen plaatsvinden lijkt het me logisch om het pKp als ‘structuur’ te benoemen om zo de gezamenlijke draagkracht van het pKp te benadrukken. Ik voel hierbij weinig behoefte om als architect, initiatiefnemer vermeld te worden. In eerste instantie zou ik eerder denken dat zoals bijvoorbeeld bij de ‘Precarias a la deriva’ nooit een naam genoemd wordt. Alleen is de interne logica van de constructie pKp, en zeker binnen haar eerste ontplooiing tijdens Kunst en Zwalm, wel zeer verschillend met de Precarias. Het maakte dat het benoemen van de activiteiten door pKp uitgevoerd tijdens deze biënnale op velerlei wijzen verliep.


Maar eerst even naar de ‘Precarias a la deriva’ die een doel hadden ver buiten de kunst, er eerder op gericht onderzoek en activisme te verbinden. Het belang van de vele precairen die het project mee droegen kon het best verspreid worden onder de vlag van het collectief, ook al maakt singulariteit een essentieel element uit van waar ze voor streden (zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.youtube.com/watch?v=WCEsKJrKH9c). Belangrijk voor hen is echter zowel de som als de verscheidenheid van talrijke singulariteiten inclusief de contradicties die hier binnen plaatsvinden. Hun kracht en politiek kapitaal halen ze uit hun verschijning als veelstemmig, paradoxaal, niet dienstbaar (voor de sociaal, politiek economische status quo) collectief. Hun verhouding tot de kunst beperkte zich tot het gebruiken van culturele centra voor hun activiteiten. Kunstruimtes bleken daarbij vooral interessant omdat de vaste patronen van de traditionele politieke plaatsen niet toereikend meer zijn voor de ambiguïteit van vele vormen van precariteit die de hedendaagse flexwerker kenmerkt. 


Het pKp kent haar bestaan daarentegen vanuit en binnen de kunst. Het wil een ruimte zijn waar kunst binnen een andere logica gedacht, gemaakt, belichaamd en verspreid wordt. Het verhoudt zich daarmee tot bestaande dynamieken die circuleren binnen de kunst, zo ook tot krachtvelden waar symbolisch kapitaal moeilijk kan weggedacht worden. Men kan bijvoorbeeld stellen dat het benoemd en als maker erkend worden je waarde als kunstenaar verhoogt, het vergroot de kans op volgende projecten om zo je carrière uit te bouwen. Het pKp wil deze dynamiek bevragen en het weigert dienstbaarheid hieraan, maar machtsverhoudingen bestaan en zijn niet zomaar uit te wissen. Het is binnen deze logica van enerzijds het deel uitmaken van en anderzijds het willen doorbreken van de logica binnen de kunst dat het  geven van credits en auteurschap snel onzuiver en complex wordt.

 

Tijdens Kunst en Zwalm bleef de status van het pKp ook vanuit een andere hoek dubbelzinnig. Enerzijds ligt een collectieve gedachte aan de basis, terwijl anderzijds duidelijk individuele praktijken te onderscheiden vallen. Er kan niet eenduidig worden gezegd dat het pKp louter ontstaat door het nastreven van een door de groep gedragen doelstelling die resulteert in wat die groep er samen van maakt. Evenmin kan men spreken van een volledig horizontale werking. Ik zette het kader uit waarop er mensen uitgenodigd werden die deels het geheel mee vormgaven en deels een eigen inbreng hadden, initiatief namen en werk creëerden binnen het geheel. Het pKp als gezamenlijk (kunst)werk verhoudt zich dan tot de autonome kunstpraktijken die binnen het pKp plaatsvinden. Een verhouding waarbij het pKp beschouwd kan worden als een ondersteunend kader voor andere kunstenaars die o.a. vanuit de inhoudelijke vraagstelling die het pKp oproept een interventie ondernamen, of andersom als een kader dat door de energie van individuele kunstenaars betekenis en vorm kreeg.


In de praktijk probeerde ik tijdens pKp in Kunst en Zwalm voor de algemene communicatie geen of alle namen te noemen, zoals in het programmaboekje of onderaan de wekelijkse nieuwsbrief voor de buurtbewoners. Wanneer het om specifieke interventies of acties ging binnen het programma probeerde ik de ‘auteur’ of ‘auteurs’ wel apart (doorgaans met de voornaam) te benoemen. Maar deze scheiding bleek soms minder makkelijk te maken en niet altijd relevant. Daarbij bleek het crediteren dikwijls slordig en onevenwichtig te gebeuren en was er geen controle over hoe mensen buiten het pKp dit deden. Ik bespreek hier kort enkele voorvallen die illustreren dat in bepaalde situaties een status quo van (machts)verhoudingen binnensluipt of zich opdringt. Ik gebruik zoals in de lokale nieuwsbrieven voornamen wanneer het over ons (degenen  van het pKp) gaat.


  1. Het was mijn keuze om mijn naam als initiatiefnemer weg te laten uit de officiële communicatie van het festival. Toen de onderzoeksgroep Image van Luca School of Art het pKp financieel ondersteunde kwam ik op de programmatie expliciet in beeld als doctoraatsonderzoeker die het pKp als onderzoeksobject opzette. Het weglaten van mijn eigen naam is een keuze die door mij gemaakt kan worden. Het zegt in eerste instantie iets over mijn positie die de mogelijkheid of luxe schept te reflecteren over de betekenis van het al dan niet zichtbaarheid zijn binnen een werk. Deze machtspositie werd echter overtroffen door een andere, deze van de logica van een institutioneel systeem dat mijn beslissing om een eerder onzichtbare positie in te nemen teniet deed.   


  1. Ik let erop om steeds Elena als de maker van het textielwerk te vernoemen, maar samen met Elien en af en toe enkele anderen verzetten we uren werk om de lapjes stof die het textielwerk vormgeven, te verzamelen. Het expliciet benoemen van Elena komt enerzijds voort uit een verlangen haar zichtbaar te maken omdat het werk dat ze deed niet ter plekke gebeurde maar in haar studio. Dit in tegenstelling tot Elien en mezelf die constant ter plaatse waren. Anderzijds volgt het een logica waarbij niet alle vormen van arbeid als gelijkwaardig gezien worden. We koppelen nu eenmaal makkelijker bepaald werk aan auteurschap dan ander.  


  1. Ik merkte op dat Sarah tijdens de inleiding van het gesprek dat ze modereerde het pKp voorstelde als het werk van de kunstenaar Stijn Van Dorpe. Sarah die deel uitmaakte van het pKp was door tijdsgebrek enkel aanwezig voor de productie van en tijdens haar eigen interventie. Derhalve maakte ze minder deel uit van de ‘groep’ of had ze minder voeling met de gang van zaken ter plekke. In dezelfde lijn noemde LUCA coördinator Maureen Magerman tijdens de informatiemomenten van de educatieve master het pKp in Kunst en Zwalm als een project van mij. Maureen volgde als buitenstaander het project slechts summier van op een afstand. Er lijkt een correlatie te bestaan tussen afstand en het verbinden van het pKp aan mijn persoon. Omgekeerd benoemde ik Sarah in de derde nieuwsbrief met voor- en familienaam in tegenstelling tot de anderen die enkel met voornaam genoemd werden. Een onderscheid dat vermoedelijk dan weer te maken heeft met het gevoel van Sarah minder binnen de groep te situeren en de logica volgend dat iemand van buitenaf op correcte respectvolle wijze dient aangekondigd te worden.  


  1. Elien die heel veel -deels betaald- werk verrichtte binnen het pKp wordt hier niet speciaal voor genoemd. Integendeel wordt ze soms uitgewist op de wijze waarop ik mezelf probeer uit te wissen om op de gaan in het pKp lichaam. Het is op zich geen onlogische keuze die ze intuïtief onderschrijft omdat ze belangrijk is voor het vormen van het pKp en zich er kan mee identificeren. Exemplarisch hiervoor is het niet vermelden van ons beiden in relatie tot het werk met de ouders van kunstenaars in de tweede nieuwsbrief. Wanneer ik daarnaast op facebook berichten zie circuleren waarop Elien vermeld wordt als enige auteur van het werk met de ouders van kunstenaars, voel ik mezelf niet erkend. Het is een voorbeeld dat in uitbreiding op voorbeeld (a) iets zegt over schuivende posities die de lijn tussen het zich wegdenken of juist het uitgewist worden markeert. Binnen Kunst en Zwalm is de positie van waaruit ik opga in het pKp niet helemaal dezelfde als die van waaruit Elien dit doet. Deze posities worden misschien te makkelijk gelijk gesteld. Maar op facebook speelt dan weer de macht van sociale netwerken en populariteit die haar eigen logica voortbrengt. Dat het niet erkend worden me raakt, toont daarnaast ook mijn eigen kwetsbaarheid. Het illustreert dat het opzetten van een gezamenlijk project niet zomaar een geïnternaliseerd, op zelfverwerkelijking gericht, denken uitschakelt. Aansluitend op voorbeeld (b) stel ik me ook de vraag of betaalde arbeid soms niet te makkelijk automatisch als dienstbaar werk wordt geklasseerd waarbij het financieel verlonen ‘het niet vernoemen' legitimeert. 


Samenvattend noteer ik dat het pKp in Kunst en Zwalm omdat het zich verhoudt tot en circuleert binnen de kunst erkenning van de individuele bijdragen niet zomaar als onbelangrijk kan klasseren. Ook omdat individuele trajecten tijdens Kunst en Zwalm tot specifieke interventies leidden kan men niet algemeen overgaan tot een louter collectieve creditering. In de praktijk van het benoemen stelde ik volgende conflictueuze velden vast die ik bij volgende pKp projecten verder wil onderzoeken. (1) Het niet of wel benoemd worden als auteur heeft een ander effect en draagwijdte naargelang de positie waarin je je bevindt. Vanuit een geprivilegieerde positie kan het uitwissen van jezelf een keuze zijn, terwijl zichtbaarheid voor anderen net van wezenlijk (emotioneel) belang kan zijn. Daarbij kunnen andere al dan niet institutionele machtsomgevingen zich dominant manifesteren en bepalend worden voor vormen van zichtbaarheid. (2) Het is duidelijk dat bepaalde categorieën van werk niet als evenwaardig gezien worden aan andere en dat dit invloed heeft op het crediteren van in wezen steeds gezamenlijke totstandkomingen. (3) De perceptie en wijze van credits toekennen van degenen die deel uitmaken van de dagelijkse werking van pKp is verschillend dan wie het vanop een afstand bekijkt. 


De vraag wordt hiermee ook tweeledig. Hoe kunnen credits toegekend worden aan wat (binnen) het pKp tot stand komt en hoe kan de ontwikkeling van andere wijzes van crediteren tegelijk de vorm van de toekomstige projecten van het pKp beïnvloeden. Vermoedelijk ligt het antwoord niet in uitputtende omschrijvingen van wie wat deed, maar onder andere in een radicalere omgang met het opnemen van verschillende rollen en het doorbreken van het hiërarchisch classificeren van creatieve, dragende en onderhoudende arbeid. Ik was alvast benieuwd naar hoe jullie deze notities lezen in relatie tot jullie ervaringen met de wijze waarop het pKp in Kunst en Zwalm circuleert. Reacties, aantekeningen, opmerkingen, toevoegingen … zijn welkom.







Dag Dina


Ondertussen is het enkele maanden geleden dat we een eerste keer aan je voordeur aanbelden. Net toen we ons wilden omdraaien hoorden we je stommelen binnen. We kwamen met de vraag ‘heb je een stukje stof op overschot?’, eigenlijk een niet-zo-goed alibi waarmee we aan iedere deur van Korsele aanbelden om te kunnen spreken met mensen achter de gevels, uit nieuwsgierigheid om te weten te komen wie er woonde. Toen we een eerste keer in het dorp arriveerden vielen ons de grote villa’s met vele vierkante meters tuinen op, het overaanbod b&b’s, het glooiende landschap wat algemeen als idyllisch aanvaard wordt, de hoge omheiningen om eigendommen af te bakenen en zo buitenstaanders te weren,... In het gesprek met jou kwam een eerste maal een ietwat ander verhaal naar boven. Je vertelde ons dat, net omdat vele bewoners financieel rijk zijn er nauwelijks sociale voorzieningen zijn uitgebouwd, waardoor het bijna onmogelijk is om de steun te krijgen die je nodig hebt. Zoals hulp met het onderhouden van de tuin, een service om voldoende eten te verzekeren, financiële hulp voor nodige medicijnen, een plek waar je terecht kan voor lichamelijke zorg,... Jouw openheid over deze moeilijkheden opende enerzijds onze ogen en anderzijds bevestigde het onze lichte vermoedens dat er achter mooie gevels ook precaire situaties plaatsvonden. Het lijkt me niet evident om met een laag pensioen te leven op een plek omgeven met buren die wel drie maal zo veel inkomen hebben. En ik vraag me af hoe het ondertussen nog met je gaat? Lukt het om iemand te vinden die dingen in het huis herstelt? Ben je minder moe deze dagen? Doet je dochter nog steeds wekelijkse inkopen?


Een paar weken na ons eerste gesprek keerden we terug. Die keer vertelde je ons over de 4 pennenvrienden waarmee je al jarenlang je hart en emoties deelt. Dat je hen via een oproep in Libelle gevonden hebt en hen nog nooit in het echt ontmoet hebt. Maar dat je tegelijkertijd je diepste gedachten met hen kan delen. Ik vroeg je of je dat ook deed met je buren, maar dat was niet evident omdat er vooroordelen zouden kunnen ontstaan zei je. We hadden het ook over gevoelens van eenzaamheid, hoe we ons vaak helemaal alleen kunnen voelen op deze wereld, zelfs als er vele vrienden, een partner, kinderen, familie,....rondom je zijn. In het dorp waren er best veel mensen die over die eenzaamheid praatten, dat dat niet echt hoort om bij je buren aan te bellen omdat je nood hebt aan een gesprek. Dat het not done is om uit het niks iemand die je al jarenlang kent van in de straat uit te nodigen om mee te eten. De relationele mechanismen liggen vast en zijn moeilijk zomaar te doorbreken, weinig mensen wagen zich er aan. 


Het kunstenfestival was op 150 meter van je huis, maar ook met de auto zou dat te veel energie van je vragen. Daarom probeerden we meermaals bij jou aan te bellen. Soms deed je de deur met veel enthousiasme open, soms was je te moe om op te staan, het hing ook wat af van de zon, zei je. Altijd waren er verhalen te delen, dat sowieso. Je vroeg ons wat we aan het doen waren, waarom we kampeerden op die wei en wat er dan te zien was voor het publiek. Dan zei ik dat we vooral gesprekken hadden met bijvoorbeeld mensen die ervaring hebben met het verliezen van eigendom of conversaties met ouders van kunstenaars over hun bezorgdheden omtrent kunstenaarschap. Ik zei dat deze grote of kleine gesprekken het belangrijkste deel van het kunstwerk vormen. Terwijl er wel een installatie of performance getoond wordt, blijven deze cruciale relaties erachter vaak onzichtbaar voor het publiek, maar dat is ook ok want die vertaalslag forceren doet de zorg die er in zit geen goed. 


Toen Milena, een Italiaanse kunst-studente met wie je geen taal deelt, aan je deur stond vertelde je openhartig over het lief dat je lang geleden had in Italië. Ik vond het best moeilijk om me voor te stellen dat je in het geheim naar daar gereisd was om dan een avontuurlijke romance mee te maken. Maar het was best een ontroerend moment want eventjes leek het alsof we alledrie in de Italiaanse bergen waren. En een paar dagen later stond plotseling je dochter in ‘onze’ weide, ze zei dat je zo veel over ons verteld had dat ze nieuwsgierig was wie we waren. Dat raakte me wel, merkte ik, we praatten wat over het dorp en haar fascinatie voor oregano. 


Nu ben ik al een tijdje niet meer in Korsele, ondertussen had ik zelfs gelijkaardige ontmoetingen met ‘onbekenden’ tijdens een project in de Stokveldewijk in Brugge. Maar ik denk af en toe aan je, er zijn flarden van gesprekken die terug komen. Er is best veel kans dat we elkaar nooit meer terug zien. En ik vraag me af of je dat jammer vindt? Soms vind ik dat zo moeilijk, maar er zijn verschillende mensen die ik kort ontmoet en met wie het gesprek heel openhartig is, het is deel van mijn werk als kunstenaar of gewoon deel van mijn leven. Misschien is het helemaal niet erg dat er geen volgende ontmoeting is? Het weten dat wat we gedeeld hebben aan je voordeur, dat dat echt was en dat dat blijft hangen, is voldoende? Het praten met anderen over wat jij met ons deelde is al een verderzetting van onze relatie? 


Met liefs, elien